De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

vrijdag 04 maart 2022 13:23

De rol van de arts in het Detox- en Oriëntatiecentrum te Wondelgem

De toegangspoort voor een opname in de verslavingszorg verloopt heel vaak via onze entiteit in Wondelgem die recent van naam veranderd is. Het CIC werd DOC (*). Maar wie beslist er in zo’n team over een opname in het Detox- en oriëntatiecentrum? Alle disciplines hebben in principe hierbij een stem. Toch neemt de verslavingsarts de eindverantwoordelijkheid als het gaat over de veiligheid van de cliënt of over het inschatten van het suïciderisico. We gaan in gesprek met Rik Verstrepen, die vandaag al 30 jaar als verslavingsarts werkt in De Sleutel.

Rik duikt meteen terug in de tijd en vertelt dat hij niet zomaar in die job is gerold. “De verslavingsproblematiek heeft me altijd erg geïnteresseerd, net als de psychiatrie”. Tijdens zijn huisartsenopleiding volgde hij bewust een aantal stages op de afdeling verslavingszorg o.m. in het Brugmanziekenhuis in Brussel. “Het boeide me”, zo vertelt Rik.

Als arts combineert Rik bewust het werken in het ambulante met het residentiële. “Beide vullen mekaar goed aan. Je krijgt een beter zicht op mensen hun traject, vanwaar ze komen, waar ze naartoe gaan. Door beide jobs te doen, weet ik beter dat het geen evidente stap is om naar het DOC - vroeger het CIC - te gaan”, zo vertelt Rik. In de marge laat hij niet na te vermelden dat het beroep van ‘verslavingsarts’ geen erkende specialisatie is. “Binnen ons netwerk hebben de verslavingsartsen allemaal huisartsgeneeskunde als achtergrond en delen we een specifieke interesse voor verslavingszorg. We leerden het vak dankzij allerlei opleidingen, congressen, symposia, via uitwisseling op klinisch overleg en binnen het netwerk met collega’s”, zo vervolgt Rik.

rikwebRik: “De voorbije jaren werd geïnvesteerd in het versterken van het team, zo is er nu ook een psychiater, zijn er klinisch psychologen in huis evenals meer (psychiatrisch) verpleegkundigen”.

Hoe ziet het medisch team er in het DOC/CIC uit ?
Rik: “We zijn hier in Wondelgem met 3 verslavingsartsen en voorzien samen een 24 u permanentie. Op weekdagen werken we in blokken van halve dagen. Eén weekend op 3 hebben we wachtdienst. Sinds enige tijd is er ook een vaste psychiater. Deze komt één maal per week. Als arts worden we ingeschakeld in het multidisciplinaire gebeuren en nemen we deel aan de klinische vergadering en sluiten we als nodig aan op het intake overleg”.

Het werk in het DOC valt in grote lijnen op te delen in het opvolgen van 3 medische aspecten: de verslavingsgeneeskunde (vb detoxificatie), daarnaast de pathologie (vb ziektebeelden die frequent voorkomen bij mensen met verslaving zoals infectieziektes, psychiatrische screening edm) en de huisartsgeneeskunde (mensen kunnen hun voet omslaan, een astma-aanval krijgen,…).  In de praktijk volgt de arts die in huis is tijdens de opname, de cliënt van nabij op. In het begin kan dit heel intensief zijn, vaak dagelijks, afhankelijk van de medische problematiek. Cliënten komen op consult als ze klachten hebben. Er worden dagelijks updates gemaakt in het elektronisch patiëntendossier.

DOC is als derdelijnsorganisatie volop in transitie. Wat zijn de consequenties van die positie in het zorglandschap?
Rik: “Dankzij de Zorgwijzer is er vandaag meer duidelijkheid rond de positie van het DOC. Er is een duidelijk plan dat vertrekt van de zorgnood van de cliënt. Het trajectdenken gaat ervan uit dat een zorgnood evolueert en afhangt van de actuele situatie. Die zorgnoodbepaling houdt rekening met de medische toestand, het psycho-emotioneel welzijn, ondersteunend netwerk, al dan niet justitiële items en de sociaal/financiële situatie. Hierbij gaan we er ook van uit dat verslaving een chronische ziekte is die in remissie kan gaan. Altijd echter moet er rekening gehouden worden met mogelijke terugval, herval en destabilisatie. Het uiteindelijk doel is remediëren en rehabiliteren. Die zorgnood kan in de loop van een verslavingsgeschiedenis het DOC worden. Via intakegesprekken wordt de indicatie voor DOC geëvalueerd. Maar het DOC zal nooit een therapeutische setting worden. In DOC wordt geobserveerd in een multidisciplinair kader. En op basis van die observaties wordt bekeken: wat hebben mensen nodig in een verder traject: er wordt dan een advies gegeven. Het is dus de stap vóór de echte therapie”.

Programma in een notendop

In het DOC doet men aan detox (ontwenning en medicamenteuze stabilisatie) en aan oriëntatie (indicatiestelling en adviesbespreking). Het fysiek ontwennen wordt in de detoxfase opgevangen met vervangmedicatie. Dan hebben we het over substitutie voor opiaten door methadon, tegen afkickverschijnselen van GHB en alcohol worden benzodiapines aangewend.

De substitutiemedicatie is een hulpmiddel om de andere levensgebieden (zoals familie, werk, edm) goed te krijgen. De mate waarin de substitutiemedicatie kan worden afgebouwd, gebeurt sterk in overleg met de cliënt. Als mensen gestabiliseerd zijn op een bepaalde dosis en dat loopt goed, dat kan dit behouden blijven. Wel wordt altijd de optie om af te bouwen besproken. Dit gebeurt met de nodige omzichtigheid.

Het einddoel van de opname in DOC is de oriëntatie. Op een klinische vergadering is er altijd een arts aanwezig en wordt de toestand van de mensen bekeken en wordt er in samenspraak met het indicatiestellingsteam georiënteerd.

 

Wie maakt gebruik van de diensten van het DOC?
Rik: “In de praktijk is DOC een belangrijke verwijzer voor alle langdurige residentiële settings. Veel van de cliënten in de TG’s in Gent of Merelbeke doorlopen eerst de detox- en stabilisatiefase in het DOC. Evengoed doen we observatie of indicatiestelling voor andere residentiële centra uit de verslavingssector. Bij een indicatiestelling liggen alle opties inzake verwijzing binnen de verslavingszorg op tafel. Ook de diensten van justitie en ambulante instanties maken gebruik van het DOC om mensen te oriënteren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan huisartsen. Ook residentiële collega’s met minder expertise rond verslavingszorg die zich tijdens een opname realiseren dat de verslavingsproblematiek toch redelijk primair is, sturen mensen naar DOC om verder te oriënteren.”

Wat is de rol van de arts in het multidisciplinair team in de loop van een cliëntentraject?
Rik: “Bij een opname kan het intaketeam een beroep doen op ons als arts voor een bijkomend advies als ze inschatten dat dit nodig is. Dat team is gespecialiseerd in het voorbereiden van de opname, in het bepalen van profielen van mensen. Bij een opname zal dat team ons enkel raadplegen voor mensen die onder medische zorg staan. Als er vooraf een andere opname was, neemt de arts de rol van “artscontact” met de andere voorziening op. We contacteren dan de behandelende huisarts of psychiater om te overleggen en in te schatten in welke mate er medische tegenindicaties zijn voor opname. Denk bijvoorbeeld aan mensen met suikerziekte die insuline krijgen of aan mensen met een psychiatrische problematiek. We moeten dan beoordelen of de toestand voldoende gestabiliseerd is, of de medicatie verenigbaar is met een opname bij ons.
Bij het begin van de opname zal de arts alles medisch in kaart brengen: wat is er nodig van medicatie? Is er een suïciderisico? Hoe is het gesteld met de fysieke conditie, wat zijn de voedings- en beweeggewoontes? In de loop van de opname blijven we als arts continu betrokken.
Ook bij het faseren binnen het programma hebben we een rol te spelen. We begeleiden de mensen om hen gestabiliseerd te krijgen: dat is zowel psycho-emotioneel als fysisch. Eenmaal mensen als gestabiliseerd worden beschouwd zetten we verdere stappen in een traject binnen het DOC. Concreet houdt die stabilisatie in dat een eventueel slaapprobleem onder controle is, dat maagdarmstoornissen onder controle zijn, dat iemand met een psychiatrische problematiek niet psychotisch is,… Dat stabiel zijn is dus een voorwaarde om in het groepsprogramma te starten”.

Adviesbepaling
Rik: “Ook bij het einde van een programma in het DOC wordt de arts steeds betrokken. Dat kan gaan om mensen die vervroegd in ontslag gaan. Soms gebeurt zo’n ontslag op eigen initiatief van de cliënt of als er bepaalde regels werden overtreden. We zorgen er dan voor dat zo’n afronding veilig kan verlopen. We bekijken of er medicatie moet worden meegegeven, of die persoon ergens terecht kan.
Een klassiek traject in het DOC eindigt met een adviesbepaling en een doorverwijzing. Het formuleren van dergelijk advies verloopt in regie van de klinisch coördinator. Als er een psychiatrische problematiek is, dan wordt de psychiater nog actief betrokken (vb voor screening, of om te zorgen voor stabilisatie). Onze taak als verslavingsarts is dan opnieuw om vooraf contact te nemen met de arts waarnaar verwezen wordt, om medisch toe te lichten, om de verwijsbrief op te maken. De arts heeft bij een verwijzing opnieuw een belangrijke stem als het over de veiligheid (risico op suïcide) gaat. De arts zal dan de knoop doorhakken of een doorverwijzing veilig is of niet.”

Rik telefoon webRik: “Op het einde van het DOC-programma neemt de verslavingsarts contact met de arts van de instelling waarnaar verwezen wordt”. 

 

Wat is de rol van de arts inzake suïcidepreventie?
Rik: “De arts bepaalt bij het begin van de opname het risico op suïcide. Bijvoorbeeld als iemand vanuit een ander ambulant centrum naar het DOC wordt verwezen. Op basis van dat oordeel wordt in het elektronisch patiëntendossier, OBASI, een suïcidescore gegeven. De opvolging van die score als de cliënt in opname is, gebeurt door de klinisch coördinator in nauw overleg met de arts. Als die score nul is zal daar weinig aandacht aan besteed moeten worden. Is die score 2 of 3 dan zal de klinisch coördinator goed opvolgen en overleggen met de arts indien daarvoor signalen zijn.
Er is een volledige procedure die duidelijk maakt wanneer en hoe dit opgevolgd wordt in functie van de score, bijvoorbeeld door het thema aan te kaarten tijdens geplande gesprekken met de individueel begeleider, met de klinisch coördinator. Als arts handelen we vanuit het principe safety first. Bij een reëel suïciderisico dat als veilig wordt ingeschat is er een verhoogde waakzaamheid. Zodra de situatie als niet veilig wordt beoordeeld, gaan we over tot verwijzing naar crisisinstanties waar we afspraken mee hebben. Het is in eerste instantie ook de arts die beslist of het nodig is dat mensen in zo’n geval moeten worden verwezen. Bij stabilisatie kan de cliënt dan terugkeren naar DOC. Het gebeurt ook dat de begeleiders een gevoel van onveiligheid ervaren dat niet wordt gedeeld door de arts. De arts kan dan oordelen dat de situatie inderdaad lastig is maar niet onveilig. In zulke gevallen zorgen we dan wel voor extra opvolging. We nemen ook de eindverantwoordelijkheid.”

Welke andere taken neemt een arts nog op?
Rik: “We worden regelmatig geraadpleegd bijvoorbeeld bij slaapproblemen. We geven in principe zo weinig mogelijk medicatie. We volgen ook van nabij de psychiatrische en de psycho-emotionele component op: zaken als depressie, schizofrenie, angststoornissen. De medische component bekijken we steeds in een multidisciplinair kader. We volgen ook op hoe zit het met de medicatie zoals neuroleptica, antidepressiva, antipsychotica, medicatie bij ADHD, bij angstproblemen. Meestal zal de psychiater de diagnose stellen en de behandeling opstarten. Wij houden als arts de evolutie verder in de gaten en gaan in overleg met psychiater als dit nodig is. Dubbeldiagnose is ook niet meteen zichtbaar. Vaak leggen we als arts een bepaald ziektebeeld voor aan de psychiater. Dan overleggen we hoe we de behandeling kunnen verfijnen”.

Rik zag wel een duidelijke evolutie in het profiel van de cliënt. 30 jaar geleden betrof dat veelal de gemarginaliseerde heroïnegebruiker die er medisch niet goed aan toe was, met infectieziektes als gevolg van intraveneus gebruik. Nu is dat geëvolueerd naar een veel diverser publiek: zowel qua leeftijd als in gebruik van middelen.

Rik: “Vandaag hebben we veel meer te maken met psychiatrische profielen in vergelijking met vroeger. Destijds was depressie en een risico op suïcide ook een reden om niet op te nemen. De drempel is veel lager geworden. Maar we nemen al lang geen mensen in crisis meer op, vandaar onze naamswijziging: de vlag dekte de lading niet meer. We zijn gaandeweg anders beginnen werken en hebben onze personeelssamenstelling bijgesteld. Er werd geïnvesteerd in een psychiater, we werken met klinisch psychologen en we hebben heel wat meer (psychiatrisch) verpleegkundigen in huis.

DeSleutel gitaar webRik: “Een van de sterktes van DOC is dat wij een drugsvrij huis zijn. De procedures bij opname zijn streng”.

 

Waar kan iemand in een acute crisissituatie dan wel terecht?
Rik: “Ik zou aanraden om eerst naar een ambulant centrum te bellen, niet te snel de stap naar opname te zetten. In een ambulant centrum kan men perfect de situatie inschatten en advies geven. Eventueel kunnen mensen op gesprek komen. De verslavingsarts daar kan de zorgvraag perfect beoordelen. Als het echt acuut is, zijn er de spoeddiensten, de Upsie, er zijn ook crisisunits in psychiatrische instellingen. Bij een crisis, zijn er ook de PAAZ-en gekoppeld aan de spoed van een algemeen ziekenhuis een eerste stap. Een huisarts kan daar in geval van nood snel advies in geven. Eenmaal de crisis voorbij, is het moment daar om het DOC in te schakelen voor een verdere indicatiestelling.

Welk verschil is er qua aanpak en regels met andere settings op 1ste en 2de lijn?
Rik: “Een van de sterktes van DOC is dat wij een drugsvrij huis zijn. De procedures bij opname zijn streng. We controleren systematisch de cliënten op hun bagage en dergelijke, we doen regelmatig urinetesten. Dat is niet zo strikt in psychiatrische settings of een UPSIE. De bezoekregels in een PAAZ zijn ook veel losser. Als wij iemand in een time out daarheen laten gaan, worden deze mensen opnieuw gecheckt”.

Hoe merk je als arts de impact van COVID, hebben jullie moeten bijsturen?
Rik:” We hebben moeten bijsturen. In het begin was er bijna een leegloop, omdat we plots geen mensen meer konden opnemen. De bezoekregeling was ook zo strikt dat het voor de bewoners niet aangenaam was. De opnameprocedure werd meermaals bijgestuurd. Het was voortdurend schakelen rond quarantaine en testbeleid. Maar van in het begin was het principe dat de groepswerking in het oriëntatieluik enkel kon doorgaan als er geen mondmaskers moesten gedragen worden. Het opnamebeleid was altijd in functie daarvan. Mensen werden op een veilige manier opgenomen en in afzondering geplaatst. Vanaf het moment dat ze naar de oriëntatiegroep konden doorschuiven, waren we zo goed als zeker dat er geen besmetting was, en kon het masker af. Dat is tot op heden steeds goed gelukt. Maar rond de bezoekprocedures was er soms wel intern discussie: laten we kinderen op bezoek komen of niet, mogen kinderen hun ouders knuffelen. Daar zijn we heel zorgvuldig in geweest.”

Paul De Neve (maart 2022)

 

(*) What’s in a name? Het CIC wordt DOC, CrisisInterventieCentrum wordt Detox- en Oriëntatiecentrum, De Sleutel-magazine 68

 

DeSleutel frederick web

Drugpreventie bij kinderen werkt

Volg ons op Facebook